Gratis intake

Box 3

Box 3 en de heffing op werkelijk rendement

28 augustus 2026 Leestijd 9 minuten Financieel Scherp

Jarenlang belastte box 3 een aangenomen rendement: de fiscus deed alsof je vermogen een bepaald percentage opleverde en hief daarover, ook als jouw werkelijke opbrengst heel anders was. Dat stelsel loopt op zijn eind. Box 3 gaat naar een heffing over wat je echt verdient. Dit is wat er nu geldt en wat er aankomt.

Voor spaarders, beleggers en verhuurders is dit een van de belangrijkste verschuivingen van de komende jaren. We leggen eerst uit hoe box 3 op dit moment werkt, dan wat de tegenbewijsregeling voor je betekent, en ten slotte wat er naar verwachting per 2028 verandert. Waar we over de toekomst schrijven gaat het om een wetsvoorstel dat nog niet vaststaat, dus lees die delen met dat voorbehoud.

Hoe box 3 nu werkt

In het huidige stelsel kijkt de fiscus niet naar je werkelijke opbrengst, maar naar de waarde van je vermogen op 1 januari. Dat vermogen wordt verdeeld in categorieën, elk met een eigen aangenomen rendement. Spaargeld krijgt een laag percentage dat de spaarrente benadert. Beleggingen en vastgoed vallen in de categorie overige bezittingen, met een fors hoger aangenomen rendement. Schulden mogen daar tegen een eigen percentage vanaf, met een drempel.

Over het aangenomen rendement betaal je vervolgens een vast tarief. Er geldt een heffingvrij vermogen, waardoor kleinere vermogens buiten de heffing blijven. De pijn zat de laatste jaren vooral bij het hoge aangenomen rendement op overige bezittingen: wie veilig spaarde binnen die categorie of een jaar met tegenvallende koersen had, betaalde belasting over een opbrengst die er niet was.

De tegenbewijsregeling

Precies daarover heeft de Hoge Raad zich uitgesproken. Als je werkelijke rendement lager is dan het aangenomen rendement, mag je dat aantonen, en dan wordt over dat lagere, werkelijke bedrag geheven. Dat heet de tegenbewijsregeling. Je berekent dan je werkelijke rendement over je hele box 3-vermogen en vergelijkt dat met het forfaitaire bedrag.

Belangrijk is wat er onder dat werkelijke rendement valt. Het gaat niet alleen om ontvangen rente, dividend en huur, maar ook om de waardeontwikkeling van je bezittingen, en die telt mee ook als je haar nog niet hebt verzilverd. Een belegging of pand dat in waarde stijgt, verhoogt je werkelijke rendement, ook zonder verkoop. Voor wie een goed jaar op de beurs of een stijgende woningwaarde heeft, pakt tegenbewijs daardoor niet altijd gunstig uit. Het is dus echt rekenen, geen automatische meevaller.

Wat verandert er naar verwachting in 2028

Het forfaitaire stelsel is een tussenoplossing. Het kabinet werkt aan een nieuw stelsel dat rechtstreeks over het werkelijke rendement heft, met 2028 als beoogde ingangsdatum. De vormgeving staat nog niet definitief vast, maar de contouren zijn er.

Het uitgangspunt is een heffing over je werkelijke rendement per jaar, opgebouwd uit twee delen. Ten eerste het directe rendement: de rente, het dividend en de huur die je daadwerkelijk ontvangt. Ten tweede de waardeverandering van je bezittingen. Voor de meeste bezittingen, zoals beleggingen, is het plan om die waardeverandering jaarlijks te belasten, dus ook de nog niet verzilverde stijging. Dat wordt een vermogensaanwasheffing genoemd.

Voor onroerende zaken en voor bepaalde aandelen ligt dat anders. Omdat je een pand niet elk jaar opnieuw laat taxeren, is het uitgangspunt daar dat je de waardestijging pas belast op het moment dat je verkoopt. De huur belast je wel jaarlijks. Dat heet een vermogenswinstheffing. Over het tarief en het heffingvrije deel is nog discussie, dus reken daar nog niet op vaste getallen.

Wat dit betekent

De richting is dat je belasting beter gaat aansluiten bij wat je echt verdient. Een slecht beursjaar of leegstand drukt dan ook je heffing, terwijl een goed jaar juist meer kost. Voor de verschillende groepen pakt dat anders uit.

  • Spaarders gaan belasting betalen over hun werkelijke rente, niet meer over een aangenomen percentage. In jaren met lage rente is dat gunstiger dan het oude forfait op overige bezittingen.
  • Beleggers krijgen te maken met jaarlijkse heffing over koerswinst, ook zonder verkoop. Dat vraagt dat je rekening houdt met belasting in jaren waarin je goed rendeert, terwijl je nog niets hebt verkocht.
  • Verhuurders betalen jaarlijks over de huur en pas bij verkoop over de waardestijging. Dat maakt de administratie van huur, kosten en aankoopwaarde belangrijker. Hierover schrijven we meer in het artikel over vastgoed in box 2 of box 3.

Wat je nu al kunt vastleggen

Je hoeft niet te wachten tot de wet er is om je voor te bereiden. Een stelsel dat op werkelijk rendement heft, beloont een nette administratie direct. Dit is nuttig om nu al bij te houden.

  • Je werkelijke opbrengsten: ontvangen rente, dividend en huur, per rekening en per pand.
  • De kosten die je maakt, want die kunnen je werkelijke rendement drukken.
  • Aankoopwaarden en WOZ-beschikkingen, zodat je een beginwaarde kunt onderbouwen als de waardestijging straks wordt belast.
  • Het onderscheid tussen onderhoud en verbetering bij vastgoed, omdat die fiscaal verschillend worden behandeld.

Kort samengevat

  • Box 3 heft nu over een aangenomen rendement op de waarde van je vermogen.
  • Met de tegenbewijsregeling mag je een lager werkelijk rendement aantonen, inclusief de nog niet verzilverde waardestijging.
  • Naar verwachting gaat box 3 per 2028 over het werkelijke rendement, onder voorbehoud van de wet.
  • Beleggingen worden dan naar verwachting jaarlijks over de waardeverandering belast, vastgoed pas bij verkoop.
  • Leg nu al je werkelijke opbrengsten, kosten en aankoopwaarden vast.
Let op. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk advies. De heffing op werkelijk rendement is nog wetgeving in wording; de ingangsdatum, de tarieven en de precieze vormgeving kunnen wijzigen. De forfaitaire percentages en het heffingvrije vermogen veranderen bovendien per jaar. Laat je eigen situatie toetsen voordat je er keuzes op baseert.

Wil je weten wat dit voor jouw vermogen betekent?

We rekenen je box 3-positie door, passen waar mogelijk de tegenbewijsregeling toe en helpen je de administratie zo in te richten dat je klaar bent voor het nieuwe stelsel.

Plan een gratis intake